Vzr Rb Rotterdam, 7 mei 2011, LJN: BQ3842.

In januari van dit jaar legde de burgemeester van Amsterdam aan een aantal `Ajaxsupporters´ een groepsverbod op krachtens de Voetbalwet. De hoofdstedelijke voorzieningenrechter schorste dat besluit echter omdat het dossier onvoldoende bewijs bevatte van verstoringen van de openbare orde. Enige dagen vóór de KNVB-bekerfinale in mei tussen Ajax en Twente legt de burgemeester van Rotterdam op basis van nagenoeg hetzelfde Amsterdamse dossier aan één van die `Ajaxsupporters´ een meldingsplicht op. De man dient zich bij aanvang van de bekerfinale te melden op een politiebureau in zijn woonplaats Amsterdam. In een voorlopige voorzieningenprocedure schorst de Rotterdamse rechter ook dit besluit. Daarvoor voert hij drie redenen aan. Er is ten eerste geen zienswijzegesprek gevoerd zodat het besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. Ten tweede is het bewijsmateriaal nog steeds onvoldoende specifiek en verifieerbaar. De derde reden is interessanter: een meldingsplicht draagt volgens de rechter slechts in beperkte mate bij aan het voorkomen van ongeregeldheden in Rotterdam tussen Ajax en Feijenoordsupporters. Als de man zich om 18.00 uur op een Amsterdams politiebureau heeft gemeld, staat het hem na een paar minuten weer vrij om zich alsnog naar Rotterdam te begeven. De rechter vraagt zich hardop af of het combivervoer onder voortdurende politiebegeleiding waarvan de man gebruik zal maken, niet meer garanties biedt bij het voorkomen van verstoring van de openbare orde. Aan de meest interessante vraag komt de rechter niet toe: Kan de burgemeester van Rotterdam een meldingsplicht aan iemand opleggen die niet in zijn stad woont, noch daar de openbare orde heeft verstoord?

De eerste deelvraag kan volmondig met ja worden beantwoord, art. 172a Gemw voorziet in deze zogenaamde intergemeentelijke meldingsplicht. Hierbij heeft de wetgever de situatie voor ogen gehad dat de burgemeester van bijvoorbeeld Amsterdam een meldingsplicht oplegt aan iemand vanwege verstoringen in Amsterdam. Als die persoon in Amersfoort woont, mag hij daar de herstelsanctie voldoen.

De tweede deelvraag moet krachtig ontkennend worden beantwoord. De wetgever heeft voor wat de burgemeester in deze zaak probeert geen bevoegdheid willen creëren. Stelt u zich  voor als mogelijk is wat de Rotterdamse – en hoogstwaarschijnlijk ook de Amsterdamse – burgervader voor ogen hadden. Het zou betekenen dat de burgemeester van elke willekeurige BVO-stad op basis van het Amsterdamse dossier dit kunstje kan herhalen als Ajax in hun stad komt spelen. De wet zou het gebruik van het dossier door burgemeesters op geen enkele manier begrenzen. De Ajaxsupporter zou het volgende seizoen – en waarom niet de daarop volgende seizoenen – telkens weer kunnen worden geconfronteerd met meldingsplichten van achttien verschillende burgemeester op basis van dit dossier. Burgemeester Van der Laan zou de Ajaxsupporter bij elke thuiswedstrijd steeds opnieuw een meldingsplicht kunnen opleggen.

Dat is – vanzelfsprekend -niet de rechtens geldige situatie. Alleen de burgemeester van de stad waar de openbare orde is verstoord, mag het dossier gebruiken. En dan natuurlijk ook nog maar eenmalig, tenzij er aanleiding is voor verlenging van de termijn in de zin van art. 172a Gemw. Het dossier als kat, niet met zeven, maar met een oneindig aantal levens.

Hoe kunnen burgemeesters in hemelsnaam denken dat ons recht dit toestaat? Ook de tekst van de wet laat geen enkele ruimte voor twijfel: De burgemeester kan aan een persoon die herhaaldelijk de openbare orde heeft verstoord bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde een bevel geven zich op bepaalde tijdstippen te melden op bepaalde plaatsen, al dan niet in een andere gemeente. Hieruit blijkt dat de wetgever uitsluitend heeft gedacht aan de burgemeester van de gemeente waar de ordeverstoringen hebben plaatsgevonden. Het tweede lid van art. 172 Gemeentewet bepaalt vervolgens dat een bevel om zich te melden in een andere gemeente, slechts wordt gegeven in overeenstemming met de burgemeester van die gemeente.