Dat de voormalige Nijmeegse hoogleraar en staatsraad Hennekens hard kan oordelen, wisten we, maar dat hij zo streng kan zijn als in zijn kolom ‘Op-recht bekeken’ in Gst. 2008, 107, hadden we nu ook weer niet verwacht. Wat is het geval? Enkele ‘examenkandidaten’ bestempelen in hun werkstukken de prostitutie-, de ophoudings- en de veiligheidsrisicogebiedverordening tot facultatieve medebewindsverordeningen. Het meest uitgebreid doen Brouwer en Schilder dat in Gemeentelijke verordeningen, Ars Aequi Cahiers, 3e druk, Nijmegen 2004, p. 22.
Volgens Hennekens is dat echter volkomen onjuist: de kandidaten hebben niets begrepen van het onderscheid tussen autonomie en medebewind. Voor hem is de fout zo ernstig dat hun kennis van ‘het’ Decentralisatierecht op het niveau van een nul wordt gewaardeerd. Zelfs een 1 voor de moeite kan er nog niet van af. Wij – de ‘kandidaten’ – komen evenwel mede aan de hand van de studiestof waaruit de professor – nogal selectief – citeert nog steeds tot dezelfde conclusies.

Lees hier verder.