Agenten maken tegenwoordig gebruik van inbrekersmethoden als hengelen en flipperen om te laten zien dat woningen of studentenkamers slecht beveiligd zijn. Als de bewoner niet thuis is, laat de politie een polaroidfoto achter, waarop een agent poseert in de slecht beveiligde woning of kamer als bewijs van zijn bezoek. Ook laten agenten wel een karton in de vorm van een schoen achter met de tekst: ‘Deze voetafdruk had van een insluiper kunnen zijn.’
‘Goeie actie van Pearl’, antwoordden twee van mijn zonen – de een doet psychologie en de andere bedrijfskunde – toen ik hen vroeg naar hun oordeel over deze actie van de politie. Dit was niet het antwoord van mijn rechtenstudenten op mijn vraag of dit rechtens is toegelaten. ‘Nee, natuurlijk niet. Onze Grondwet opent met een hoofdstuk ‘Grondrechten’; hierin is het huisrecht opgenomen. Het binnentreden in een huis zonder toestemming van de bewoner is niet toegelaten, de uitzonderingen staan in de wet. Hieronder valt deze actie van de politie niet. [EXPAND Lees verder]
Eigenlijk is het huisvredebreuk, dat geven de agenten zelf ook wel toe. Zij dringen immers wederrechtelijk een woning binnen, die bij een ander in gebruik is. Het Openbaar Ministerie vervolgt echter niet, omdat naar zijn mening het doel van de actie goed en zuiver is: de mensen waarschuwen voor de risico’s van insluiping.
Hieruit kan de politie echter allerminst afleiden dat haar optreden in overeenstemming is met ons recht. Hoe zit het dan met binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner?
Uitsluitend personen die artikel 1 ‘Algemene wet op het binnentreden’ als zodanig aanwijst, mogen binnentreden. Politieagenten behoren hiertoe. Zij mogen echter alleen binnentreden zonder toestemming ‘in de gevallen bij of krachtens de wet bepaald’. Op grond van artikel 97 Wetboek van strafvordering kan bijvoorbeeld in geval van ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit een woning zonder toestemming worden binnen getreden. En op grond van artikel 4 Wet tijdelijk huisverbod om een gevaarlijk persoon een huisverbod op te leggen. Een wettelijke basis ontbreekt in het geval van de insluipactie van de politie.
Zelfs als er een wettelijke basis is, dan nog is een schriftelijke machtiging van een bevoegd persoon vereist. Voor het binnentreden vanwege strafrechtelijk onderzoek is dat de officier van justitie en voor andere gevallen de burgemeester. Slechts indien ter voorkoming of bestrijding van ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen of goederen terstond in de woning moet worden binnengetreden, is een machtiging niet vereist. Aan die laatste voorwaarde wordt in het geval van de politieactie in de verste verte niet voldaan. Noch zijn de agenten gemachtigd. Het bevoegde gezag kan in een situatie als deze de agenten eenvoudigweg geen machtiging afgeven.
Indien agenten op grond van een wettelijke uitzondering een woning zonder toestemming mogen binnentreden, dan toch dienen zij zich voorafgaand aan het binnentreden van de woning te legitimeren en de bewoner van het doel van hun binnentreden mededeling doen. Achteraf moet de politie dan ook nog zo spoedig mogelijk een schriftelijk verslag van het binnentreden aan de bewoner verstrekken. Die eisen vloeien voort uit artikel 12 Grondwet waarin het huisrecht wordt beschermd.

Het is evident dat de politie met haar onorthodoxe actie al deze regels aan haar laars lapt. Rechtsregels zijn er echter niet alleen voor burgers. De kern van de rechtstaatgedachte is dat ook de overheid het recht respecteert.
Natuurlijk is de politieactie goed bedoeld. Dat is het massaal afluisteren van telefoontjes en het onderscheppen van het mailverkeer door de Amerikaanse National Security Agency echter evenzeer. Indien de overheid alles wordt toegestaan wat ten goede komt aan de veiligheid van ons onderdanen, dan zou het droevig gesteld zijn met de omvang van onze vrijheid. Om dat te voorkomen, hebben we nu juist grondrechten. [/EXPAND]