Sinds 2001 is herhaaldelijk de politieke oproep gedaan tot de sluiting van moskeeën door de overheid. Die oproep vond aanvankelijk plaats in de oppositionele marge van het politieke strijdtoneel, maar zou voortdurend terugkeren. Voorts zou die oproep ook de marge verlaten. Dit artikel stelt als kernvraag wat geoorloofd is met betrekking tot de sluiting van gebedshuizen en waarom sluiting van overheidswege en de politiek gemotiveerde (selectieve) oproep daartoe een kritische benadering behoeft.

Om deze vraag te beantwoorden wordt allereerst ingegaan op het constitutioneel kader omtrent godsdienstvrijheid, waarbij tevens wordt ingegaan op de verhouding tussen kerk en staat (paragraaf 2). Vervolgens komen enkele wettelijke grondslagen aan bod die in beeld (kunnen) komen bij de sluiting van moskeeën en andere gebedshuizen, alsmede de pogingen die zijn gedaan om zulke grondslagen te creëren, maar op niets zijn uitgelopen (paragraaf 3). Daarna volgt een korte contextuele analyse van het politieke discours dat relevant is voor de herhaalde oproep voor de sluiting van met name moskeeën (paragraaf 4). Het artikel sluit af met een slotwoord.

Categorie: Vrijheden

Referentie

P. van Sasse van IJsselt, 'Moskeeën onder vuur, grondrechten onder druk', in: B Aarrass, LC Groen, FJ van Ommeren, AE van Rooij & SE Zijlstra (eds), De orde overzien: Opstellen voor prof. mr. A.E. Schilder, Deventer: Wolters Kluwer 2025, p. 261-272.

Door

EXPERTISEGEBIED:

Meer publicaties