Dit onderzoek richt zich op de bevelsbevoegdheid van de politie bij ordehandhaving en haar strafrechtelijke afdwingbaarheid. Decennia lang ontleent de politieambtenaar de bevoegdheid tot het geven van ordebevelen aan zijn taakomschrijving en levert het niet-opvolgen van het bevel het strafbare feit van artikel 184 lid 1, eerste zinsdeel Sr op (ambtelijk bevel).

In 2008 komt daar met het Weigerende kraker-arrest van de Hoge Raad verandering in: zonder een uitdrukkelijk toegekende bevelsbevoegdheid van de politieambtenaar levert ongehoorzaamheid aan het bevel niet het strafbare feit in artikel 184 lid 1, eerste zinsdeel Sr op. Het wordt daarmee een bevel zonder sanctie.

De oplossingsrichting voor dit probleem wordt in de jaren daarna gevonden in lokale regelgeving, zowel in een gebodsbepaling als een strafbepaling op APV-niveau. De onderzoeker analyseert vervolgens of en zo ja, hoe gemeenten de voorgestelde regeling van het politiebevel bij ordehandhaving en de sanctie op het niet-opvolgen ervan hebben vormgegeven en welke verschillen daartussen bestaan. Uit deze analyse volgt dat er allerminst een duidelijke en uniforme regeling tot stand is gekomen voor het politiebevel bij ordehandhaving en zijn sanctie. Daarna merkt de onderzoeker uiteenlopende juridische en praktische bezwaren op van de lokale oplossingsrichting en geeft aan dat dit zijn weerslag zal hebben op het vertrouwen van de burger in de politie en de legitimiteit van het politieoptreden.

Referentie

C.E. Huls, Politiebevel in het kader van de openbare-ordehandhaving, in: H. D. Tolsma, & P. de Winter (red.), De wisselwerking tussen recht en vertrouwen bij toezicht en handhaving (Governance & Recht; Vol. 15), Boom Juridisch 2017,  pp. 171-188.

Door

EXPERTISEGEBIED:

Meer publicaties

  • 1 juni 2022

    In dit artikel gaan de auteurs in op de juridische (on)mogelijkheden van bestuurlijke verplaatsing. Bestuurlijke verplaatsing wordt de laatste jaren met enige regelmaat ingezet bij demonstraties waarbij demonstranten weigeren gehoor te geven aan de opdracht van de burgemeester om de betoging te beëindigen en uiteen

  • 26 april 2022

    In dit rapport wordt de bevoegdheid om over te gaan tot preventief fouilleren geëvalueerd. Het doel van preventief fouilleren is het terugdringen van wapenbezit dat zich in bepaalde gebieden en op bepaalde tijden concentreert. Uit de enquête onder medewerkers openbare orde en veiligheid, aangevuld met

  • 1 november 2021

    In dit hoofdstuk bespreken Noor en Berend het complexe vraagstuk van demonstraties bij abortusklinieken, en geven een overzicht van de juridische mogelijkheden in het kader van deze kwestie. Aan bod komen zowel het grondwettelijk en verdragsrechtelijk kader en de aanpak in de Nederlandse gemeentelijke praktijk.

  • 4 januari 2021

    In dit artikel analyseert de auteur op systematische wijze de parlementaire stukken over sekswerkregulering tussen de opheffing van het bordeelverbod in 2000 en de momenteel aanhangige Wet Regulering Sekswerk. Centraal staat daarbij de vraag in hoeverre de focus van de wetgever in de wetsgeschiedenis ligt

  • 1 april 2020

    Dit artikel gaat over de regulering van prostitutie. Er wordt al lang gewerkt aan een landelijke prostitutiewet. De geschiedenis leert echter dat het niet eenvoudig is om in het prostitutiedebat tot overeenstemming te komen. Desalniettemin wijzen de eerste tekenen erop dat het dit keer gaat

  • 1 februari 2020

    In dit artikel bespreekt Michel Vols de invloed van het begrip ondermijning voor het openbare-orderecht. Hij betoogt dat de ondermijningshype ervoor zorgt dat bestaande bevoegdheden meer worden toegepast, dat bestaande bevoegdheden op een andere manier worden gebruikt dan voorzien, en dat nieuwe bevoegdheden worden geïntroduceerd. Zie voor