Private partijen nemen steeds vaker de zorg voor orde en veiligheid op zich. Horeca-uitbaters en winkeliers straffen tegenwoordig eigenhandig wangedrag af. Exploitanten van seksbedrijven bestrijden mensenhandel en onvrijwillige prostitutie. Woningbouwcorporaties zetten huurders uit huis als ze elders in de wijk overlast veroorzaken. Niet de overheid, maar de KNVB legt de zwaarste sancties aan hooligans op, zelfs voor het verstoren van de openbare orde ver buiten het stadion.
Gemeenten huren meer en meer private beveiligers in om de openbare orde te handhaven. Niet zonder reden heeft de particuliere beveiligingsbranche deze eeuw een onstuimige groei doorgemaakt.
Niemand zal ontkennen dat maatschappelijke problemen privaatrechtelijk effectief kunnen worden gepakt, althans indien een private partij voldoende is toegerust is om de naleving van opgelegde sancties af te dwingen. Rechtsstatelijk roept de ontwikkeling echter vragen op. Het verzekeren van orde en veiligheid is op goede gronden eeuwenlang een kerntaak van de overheid geweest.
Kunnen we de handhaving van de openbare orde ongestraft privatiseren? Komen er geen fundamentele rechten in de knel? Voldoet de kwaliteit van rechtsbescherming bij private ordehandhaving bijvoorbeeld aan de minimumeisen? Weet het publiek wanneer het met private ordehandhaving en particuliere ordehandhavers te maken heeft? Is de verantwoordelijkheid voor orde en veiligheid voldoende geborgd?

Deze en andere vragen komen aan de orde in deel 3 van de serie Openbare Orde, Veiligheid en Recht van het Netherlands Institute for Government and Law. Het betreft een gezamenlijke productie van medewerkers van het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid van de Rijksuniversiteit Groningen en de Vrije Universiteit.